
Werkt urgentie eigenlijk wel als motor voor verandering?
Al in zin 3 van zijn vorige week uitgebrachte rapport wordt door Wennink een gevoel van urgentie gecreëerd: “Als we geen actie ondernemen zal onze kwaliteit van leven hard achteruit gaan.”
Dit is niet toevallig: urgentie is een van de krachtigste instrumenten om mensen in beweging te krijgen. Het is stap 1 in het acht-fasen model van Kotter, een model voor organisatieverandering, waar leiders in politiek en bedrijfsleven waarschijnlijk niet onbekend mee zijn.
Los van de vraag of Europa economisch het water aan de lippen staat, ben ik met name geïnteresseerd in de veranderkundige vragen: Werkt urgentie eigenlijk altijd als motor voor verandering? En wat gebeurt er als je mensen vooral laat voelen dat ze iets móeten?


